London Calling: de winnaar die niet (meer) genoemd mag worden

Na een aantal jaar afwezigheid bevind ik mij weer een weekend lang in Paradiso om te kijken naar het beste wat het genre indie te bieden heeft. Althans, als we de organisatoren van London Calling mogen geloven. De afgelopen jaren heb ik al heel wat toffe dingen gezien: van Holy Holy naar LA Priest, van Dan Croll naar Circa Waves: ik ben al aardig verwend. Toch is het iedere editie nog maar afwachten of je wel blij, voldaan en vermaakt naar huis gaat. Ik neem je in dit verslag mee naar London Calling 2018.

Op het affiche staan dit jaar een aantal namen waar ik wel benieuwd naar ben. Namen die ik wel ken, maar waarvan ik eigenlijk nog nooit echt aandachtig materiaal van heb beluisterd zoals Findlay, Husky Loops en Frankie Cosmos, en ook namen waarvan ik van tevoren al durf te zeggen dat het wel eens erg leuk zou kunnen worden zoals Rolling Blackouts Coastal Fever, Flyte en jawel, YUNGBLUD. De gedoodverfde favoriet aan het begin van mijn London Calling-avontuur van dit jaar. Ja, ik heb hem al drie maal gezien, maar dit keer zal het voor YUNGBLUD zelf toch iets specialer zijn. Geen bovenzaaltje in de Melkweg met een man of 300 maar een volle grote zaal van Paradiso met een publiek vol verwachtingen. Dit en meer zag ik allemaal tijdens deze editie van London Calling.

 

VRIJDAG 25 MEI, DAG 1

 

FINDLAY
De vrijdag wordt geopend door Findlay. Of eigenlijk door Velvet Volume, dat ten tijde van ons binnenkomen in de kleine zaal speelt. We kijken de set van de Deense dames op het grote scherm in de grote zaal en wachten vervolgens geduldig af, met een biertje in de hand, tot London Calling voor ons officieel zal beginnen. Findlay is typisch zo’n bandje waarvan ik weet dat het wel eens op Pinguin Radio wordt gedraaid, maar waarvan ik het ook weer niet zo snel zal herkennen zodra niet kenbaar wordt gemaakt dat het Findlay is. Ondanks alles ben ik wel benieuwd wat de Engelse Natalie Rose Findlay ervan gaat maken. De dame trad in 2013 ook al op tijdens London Calling, destijds in de bovenzaal. Vijf jaar later is ze dus gepromoveerd naar het echte werk tijdens het tweejaarlijkse mini-festivalletje van Paradiso. 3voor12 roemde Findlay een half decennium geleden en noemde het ‘’seks, drugs en rock and roll die mannen laat kwijlen’’. Zo ver wil ik het niet laten komen vanavond en zo ver gaat het bij mij ook absoluut niet komen. Ik kijk van een afstandje toe en vertel aan één van mijn kameraden dat dit ‘m niet helemaal gaat worden. Voor mij een duidelijk gevalletje been there, done that en dus kijk ik enigszins verbaasd op zodra ik een dag later van een andere kompaan hoor dat het ronduit fantastisch was. Dan heb ik vast iets gemist onderweg naar Frankie Cosmos.

FRANKIE COSMOS
Iets waar ik overigens nooit aan zou komen. Of nou, eigenlijk wel, totdat ik moest plassen. Toen ging het mis. De zaal loopt aan het begin gestaag vol, niet buitensporig, maar zodra ik terugkom van het toilet zien we een grote stroom mensen terugkeren vanuit de kleine zaal. Heuh? Geroezemoes vertelt mij dat er geen plek meer is en dat de zaal vol is. Dat is lullig. Nu ben ik altijd van het direct anticiperen en doorpakken en dus besluit ik nu maar lekker volledig vooraan bij YUNGBLUD te gaan staan. Is dát even balen. De set van Frankie Cosmos horen we nu vanuit de speakers beneden en al luisterend ben ik er niet heel rouwig om dat we niet in de bovenzaal zijn.

YUNGBLUD
Heb je hem weer met z’n YUNGBLUD. Ja, het wordt wel eens wat. De vierde maal in korte tijd en dus zal ik het vandaag kort houden. Dominic Harrison heeft het bij mij (obviously) al een aantal maal bewezen maar wel ben ik razend benieuwd hoe hij het vol kritische London Calling-bezoekers ervan afbrengt. Dit maal bekijk ik het dus iets objectiever maar ook op dit gebied kan ik weer lovend zijn. De stuiterende bal energie op het podium heeft weinig moeite zijn energieke show om te zetten in een feestende menigte voor hem en dus lijkt alles hem voor de wind te gaan. Het enige moment waarop het hem niet meezit is wanneer hij zijn allernieuwste single Psychotic Kids opvoert. De track is nog geen 24 uur oud en dus is het logischerwijs de eerste keer dat ‘ie opgevoerd wordt. Het loopt al snel in het honderd en nog voordat we bij het refrein zijn aangekomen houdt de track, die op de achtergrond als begeleiding meeloopt, ermee op. Geen nieuwe single, waarop Harrison de gehele zaal vraagt om hem te ‘boo’-en. Het is duidelijk dat YUNGBLUD vanavond de zaal in zijn zak heeft en de rest van deze London Calling-editie gaat het om me heen maar over één man. Het festival kent halverwege de vrijdag al een duidelijke winnaar.

HUSKY LOOPS
Bijgekomen van de schrik blijven we in de grote zaal en laten we City Calm Down aan ons voorbijgaan. Achteraf gezien samen met Melkbelly waarschijnlijk toch wel dé acts die we gemist hebben. Zonde, niets aan te doen. Husky Loops staat in mijn spoorboekje genoteerd als iets wat ook wel eens een hoogtepunt zou kunnen worden. Het begint goed. De set wordt geopend met twee knallers en dus hoor ik mezelf al zeggen dat ik iets dichter naar voren moet om Husky Loops te aanschouwen. Hoeft gelukkig niet. Na die twee tracks stort het namelijk als een kaartenhuis ineen en alles klinkt plots heel statisch en wat saai. Het duurt best wel een poos voordat ik weer opveer, maar dan ook gelukkig wel direct goed. Bijna aan het einde van de set klinkt een nummer waarvan ik enorm onder de indruk raak. Muzikaal gigantisch goed en zonder twijfel de beste track die ik deze avond van de Londense rockband heb gehoord. Na wat research kom ik erachter dat Dead het nummer is waar ik redelijk versteld van sta. Na het optreden van Husky Loops blijf ik stupéfait achter. Een enorme knaller aan het einde na een goed begin en een saaie kern. Ik weet het nog niet zo goed. Voor mijn gemoedsrust besluit ik dat de avond erop zit en na Husky Loops pak ik de benenwagen naar het centraal station van Amsterdam. Mijn bezoekjes aan de kleine zaal bewaar ik tot morgen.

 

ZATERDAG 26 MEI, DAG 2

 

LOMA
Al in de middag ben ik in Amsterdam om nog even wat te lunchen, shoppen en avondeten. Ik wilde sowieso redelijk op tijd in Paradiso zijn, aangezien ik Flyte wil zien. We zijn zelfs zo vroeg dat het de band die vóór Flyte in de grote zaal staat, Loma, nog bezig is. Omdat ik slechts een paar nummertjes heb gezien kan ik van dit concert niet echt een hele duidelijke afspiegeling maken maar alles wat ik gezien heb was wel prima, volgens mij. Ik vond het in ieder geval interessanter dan Stella Donnelly die met haar mond-houden-en-luisteren-singersongwriterpop meer tenen deed krommen dan wenkbrauwen deed fronsen. Toch moest ik wel een aantal keer lachen om de grapjes van de Australische dame die na Loma in de kleine zaal optrad. Ik besteed weinig aandacht aan het grote scherm en blijf rustig afwachten totdat Flyte het podium bestijgt.

FLYTE
Het is een beetje een apart geval, deze band uit Engeland. Een jaar of wat geleden ontdekte ik Light Me Up, een superleuk, opzwepend en lief indie-liedje, perfect voor in de lente. Deed een beetje denken aan Swim Deep vóór hun psychedelische tripje. Ze brachten nog wat leuke liedjes uit, waaronder Please Eloise en Closer Together, en ik bleef mijn oren spitsen voor het viertal wat qua kledingstijl direct uit de 80’s komt geteleporteerd. Een klein jaartje geleden besloot ik Flyte weer eens op te zoeken en, verdomd als het niet waar is: alles bleek weg! Geen spoor van leven meer van het oude Flyte-werk! Ik was verbaasd als dat ik boos was. Flyte bracht wel wat nieuwe singles uit, waaronder Cathy Come Home en Victoria Falls, maar die leuke, vrolijke band van weleer leek ingeruild voor een nietszeggende indie-band. Maar goed, kop op, het wordt vast een leuke show. Al vroeg in de set zegt zanger Will echter dat ze enkel en alleen muziek van debuutalbum The Loved Ones uit 2017 gaan spelen vanavond. De toon is gezet. Er komt een akoestische gitaar bij kijken en zelfs een a capella-cover van Alvvays Archie, Marry Me wordt uit de kast gehaald om het nog een beetje spectaculair te doen laten lijken. U begrijpt: dat was het niet en dat werd het ook niet. Flyte was jammer. Er zat geen pit in en ik had er op z’n minst meer van verwacht. En door.

NOW, NOW
Terwijl we nog in de grote zaal staan klinkt Boniface in de kleine zaal best aardig en dus willen we een poging doen om boven te koekeloeren maar nog maar net in de lobby aangekomen horen we de menigte alweer roepen dat het boven vol is. Joe. Biertje in de hand en wachten op Now, Now. De band, voorheen bekend als Now, Now Every Children, maakt volgens de Wiki al sinds 2003 een portie indie-rock. Dat eerste geloof ik wel, dat tweede wil ik in twijfel trekken. Frontdame Cacie Dalager ziet er van een afstandje uit als een frontdame à la Hayley Williams in de hoogtijdagen van Paramore maar Now, Now klinkt meer als de nadagen van Paramore. Het randje rock is versleten en ingeruild voor toegankelijke synthesizers en keys en Now, Now speelt dan voor heel veel (alternatieve) bezoekers geen rol van betekenis vanavond. Ik vind het op zich nog wel leuk klinken, een beetje verfrissend tussen de alternatieve dingen, maar voor de doorgewinterde LC-bezoeker is Now, Now niet echt een fijne aanwinst. Ik laat me na een aantal nummers meeslepen naar boven waar een wel heel eigenaardige band zijn opwachting zal maken.

SNAPPED ANKLES
Ik had van tevoren even op Google bekeken wie deze luttele Londense figuren precies zijn. Post-punk uit de oertijd, zo zou je het bijvoorbeeld kunnen noemen. Of; Star Wars goes kraut. Iets in die richting. Met outfits alsof ze recht uit de prehistorie óf uit een vage science-fiction zijn gekropen trekt Snapped Ankles vanzelfsprekend in no-time de aandacht van de volle zaal. Voor de filmkenners onder ons (waar ik overigens niet toe behoor): het deed mij denken aan Münchhausen By Proxy. Niet het syndroom, maar het fictieve bandje van actrice Zooey Deschanel in de film Yes Man met Jim Carrey. Een absurd bandje met mega-experimentele muziek. Op het podium in Paradiso zie ik een soort wichelroede, Chewbacca versus Monsters, Inc. om nog maar niet te spreken van de muziek die ik hoor. Op zich wel leuk en in ieder geval alternatief. Op momenten ook echt wel post-punk maar eerlijk is eerlijk: om dit die ingeplande veertig minuten vol te moeten houden mag je wel een taaie zijn. Snapped Ankles verrast, maar na een minuut of twintig heb ik het wel gezien. De grap is maar één keer leuk.

SNAIL MAIL
De reden dat ik benieuwd ben naar Snail Mail is eigenlijk vooral omdat ik de naam grappig vind. De muziek van de 19-jarige zangeres uit Baltimore ken ik nog niet maar ‘Snail Mail’ spreekt me aan. Even wat achtergrond rondom die naam. Snailmail, in het Nederlands vertaald als slakkenpost (no way!) is eigenlijk gewoon ouderwetse post dat door de brievenbus komt. Niets meer en niets minder. Post dat er een aantal dagen over doet voordat het op plaats van bestemming is. Nu mag ik toch hopen dat de muziek van Snail Mail iets sneller tot mij doordringt dan dat ik doorgaans op een pakketje van Zalando moet wachten. Rond de klok van elven (alles loopt immers een minuut of tien uit) trapt de band af in een -op het eerste gezicht- leuke en alternatieve formatie. Dat leuke en alternatieve verwacht ik dan dus ook terug te horen in de muziek. De muziek van Snail Mail kan ermee door en ligt lekker in het gehoor, al komt de zang van frontdame Lindsey Jordan simpelweg niet krachtig over. Het is een beetje flauw en wat zeurderig terwijl de omlijsting dus wel gewoon prima is. Het kan er natuurlijk aan liggen dat ze nog jong is en nog wat ruimte nodig heeft om te groeien, maar vooralsnog ben ik niet volledig overtuigd van Snail Mail. We maken ons op voor de laatste acts van de avond.

BODEGA
Te beginnen bij Bodega. De kleine zaal stroomt vol en het is aardig druk geworden. Omdat ik getipt ben dat Bodega een must-see is (en tevens opener van een leuk blokje van drie toffe artiesten is) ga ik lekker op mijn gemak halverwege de Snail Mail-set naar de kleine zaal. Met een biertje in de hand zie ik een hoop mensen op het podium staan en het ziet er niet naar uit dat het rustiger belooft te worden. Drie, vier, vijf bandleden omringt door de roadies van Bodega en Paradiso. Mooie voorbode voor wat komen gaat. Zodra Bodega aftrapt heb ik al snel door dat ik dit leuk vind. De post-punkers uit Brooklyn worden ook wel de pupillen van Parquet Courts genoemd en dat hoor je er direct aan af. De sound van dit vijftal klinkt op momenten ex aequo aan dat van de stadsgenoten. Bodega begint de set met een enorm lang nummer van -ik denk wel- zes of zeven minuten maar dit wordt gecompenseerd met razendsnelle, korte tracks van soms nog geen minuut. De afwisseling is compleet en het tempo zit er continu lekker in. Bodega is vooralsnog de verademing van de zaterdag waar ik na van alles en nog wat te hebben gezien wel hoognodig aan toe was. Frontdame Nikki Delfiglio zingt samen met Ben Hozie alles vliegensvlug aan elkaar en met Montana Simone, Heather Elle en Madison Velding-VanDam als overige bandleden is Bodega één van de leukste dingen die ik dit weekend heb gezien. Voor de liefhebbers van, tja, Parquet Courts dus.

ROLLING BLACKOUTS COASTAL FEVER
Dé uitsmijter van vanavond is Rolling Blackouts Coastal Fever. Iets na twaalven trappen de vijf Australische heren af op het hoofdpodium en de zaal is aardig volgelopen voor de band die het het afgelopen jaar zo goed deed op SXSW. RBCF werd door verschillende blogs en muziekmedia uitgeroepen tot de winnaar van SXSW 2017 en dankzij single French Press werd de band ook in Nederland opgepikt. Zodra RBCF begint sta ik geen moment meer stil. Het vijftal bevat maar liefst drie vocalisten en gitaristen. Fran Keaney, Tom Russo en Joe White wisselen elkaar geregeld af met zang zodat we telkens een andere frontman aan het werk zien. Joe White is de enige die het met een akoestische gitaar afdoet maar daar hoor je vanwege twee andere (elektrische) gitaren, bassist Joe Russo en drummer Marcel Tussie eigenlijk niets van terug. Vroeg in de set komt persoonlijk favoriet Talking Straight voorbij en terwijl ik mezelf langzaam naar voren beweeg is het wachten op de voorspelde afsluiter French Press. Ik dans vrij vooraan de zaal als ik wel een beetje doorkrijg dat het redelijk op elkaar lijkt allemaal. De liedjes zijn op zijn tijd enigszins inwisselbaar en soms vraag ik me af of French Press niet al ongemerkt is gespeeld. Even na de klok van één wordt ‘ie dan toch gespeeld en al dansend sluit ik mijn eerste London Calling in lange tijd af. Warmduscher laat ik aan me voorbijgaan.

 

Afwisselend, opvallend, saai, leuk. Ik heb gesprongen, ben op momenten bijna in slaap gesukkeld en heb mijn ogen uitgekeken. Deze editie van London Calling had het eigenlijk allemaal. Achteraf overheerst natuurlijk altijd het gevoel dat je wat gemist hebt, of dat nu Melkbelly was dat al vroeg op de vrijdagavond speelde of Boniface waar we de zaal niet meer in mochten: het blijft altijd zonde. Maar godzijdank is er genoeg materiaal om op voort te borduren. YUNGBLUD uiteraard fenomenaal, RBCF uitmuntend goed. Snapped Ankles erg bizar en Flyte viel dan weer flink tegen. Nadat ik mezelf bijna in een klein opstootje met een YUNGBLUD-groupie heb verwikkeld, heeft deze London Calling alles geboden wat je kan verwachten van een festival. Het was ’t waard. Tot oktober?

Advertenties

Laat weten wat je van dit artikel vindt:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s